De nieuwe pensioenhervorming brengt de positie van de Belgische universiteiten in gevaar.

Onze universiteiten doen het goed. Per professor leiden ze steeds meer studenten op en leveren ze steeds meer en beter onderzoek af, en dat terwijl de middelen per student al een decennium minder snel stijgen dan de inflatie en in termen van koopkracht afnemen. Ze halen ook steeds meer externe middelen binnen om onderzoek te financieren en hun activiteit heeft rechtstreeks en onrechtstreeks geleid tot de creatie van tienduizenden banen en baanbrekende technologieën. Op die manier zijn onze universiteiten een van de meest performante delen van de overheid. Dat blijkt onder meer uit de internationale rankings waarin verschillende Belgische universiteiten bij de internationale top staan. Dat is alleen maar mogelijk door steeds meer te vragen van het universiteitspersoneel.

In de kennismaatschappij van de toekomst zal onze welvaart nog meer dan nu afhangen van de kwaliteit van ons menselijk kapitaal. Wij kunnen de technologische en maatschappelijke uitdagingen maar het hoofd bieden als onze universiteiten hun excellentie op het vlak van onderzoek en onderwijs kunnen behouden en versterken. Dat is de kern van de unieke maatschappelijke missie van onze universiteiten. Helaas maakt de structurele onderfinanciering van het hoger onderwijs en onderzoek het jaar na jaar uitdagender om die missie te volbrengen. De voorgestelde pensioenhervorming maakt er helemaal een mission impossible van. De kruik gaat maar te water tot ze breekt.

De pensioenregeling voor universiteitsprofessoren heeft in 2011 al een belangrijke hervorming ondergaan. De proffen hebben zich toen niet collectief verzet. Het was hun deel van de collectieve besparingsinspanning. Maar het cumulatieve effect van de hervorming van 2011 en de huidige pensioenhervorming zal voor jonge academici grotere gevolgen hebben dan voor gelijk welke andere beroepsklasse in de publieke sector. We willen onderwijs van hoge kwaliteit voor onze adolescenten en goed onderzoek ten bate van de maatschappij. Waarom beslissen we dan om stiekem de arbeidsvoorwaarden voor jonge academici drastisch te verslechteren en zo het vermogen van onze universiteiten om jong toptalent aan te trekken te ondergraven?De voorliggende pensioenhervorming zal de kwaliteit van de Belgische universiteiten verzwakken, omdat ze de aantrekkelijkheid van de academische loopbaan verder ondergraaft.Deel opTwitter

Een hervorming die de methode voor de berekening van pensioenuitkeringen standaardiseert, negeert de specificiteit van een academische loopbaan die dikwijls slechts begint op je 35ste, na een periode van precaire contracten. Het vraagt een decennium hoger onderwijs om een doctoraat te behalen, de titel die noodzakelijk is om toegang te krijgen tot een academische positie. Daarbovenop eisen universiteiten een groeiend aantal jaren postdoctorale ervaring, bij voorkeur in het buitenland. Pas daarna maken een paar uitverkorenen na harde competitie kans op een proefperiode als professor van vijf jaar om uiteindelijk toegang te krijgen tot een definitieve academische positie, terwijl de internationale concurrentie gewoon doorgaat.

Voor 2011 maakte een benoeming tot professor op 35 jaar het perfect mogelijk om toch een volledig pensioen als hoogleraar te krijgen. Na de hervorming van 2011 was al een benoeming tot professor op 29-jarige leeftijd vereist om een volledige loopbaan te bereiken. De nieuwe pensioenhervorming zal het bereiken van een volledige loopbaan en dito pensioen helemaal onmogelijk maken omdat men benoemd zou moeten worden op een leeftijd van 22, wat volstrekt onmogelijk is. Het is prima dat we van onze professoren verwachten dat ze hard werken en goed presteren. Dat willen ze zelf ook, maar hoe kunnen we hen daartoe blijven motiveren als de werkingsmiddelen steeds verder achterblijven en een volledig pensioen een feitelijke onmogelijkheid wordt?

Hoe kunnen we jonge onderzoekers nog motiveren om te kiezen voor een wetenschappelijke carrière als hun talenten aanzienlijk beter worden gewaardeerd aan een buitenlandse universiteit of buiten de academische wereld? En hoe zit het met de Belgische toponderzoekers die we terug naar de Belgische universiteiten willen lokken en de buitenlandse breinen die we willen aantrekken? Het is een veilige gok om aan te nemen dat ze in de toekomst in het buitenland zullen blijven. De voorliggende pensioenhervorming zal de kwaliteit van Belgische universiteiten verzwakken, omdat ze de aantrekkelijkheid van de academische loopbaan verder ondergraaft en zo de werving van goede professoren ondermijnt en de motivatie van de jonge professoren bedreigt.

Een aantal individuele onderzoekers en professoren van alle Belgische universiteiten hebben daarom besloten om hun bezorgdheid te uiten in een in drie talen – Nederlands, Frans en Engels – opgestelds tekst en die voor te leggen als een petitie. De petitie telt ondertussen 9.000 handtekeningen, waaronder een Nobelprijswinnaar, verschillende laureaten van de Francquiprijs, meerdere rectoren en tientallen decanen. Het is de grootste uiting van gemeenschappelijk verzet in de Belgische academische geschiedenis. We nodigen de beleidsmakers uit er rekening mee te houden als ze de kwaliteit van onze universiteiten willen bewaren en versterken.